Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Hugo Claus’

Pleidooi voor een andere Vlaamse Leeuw
Herman Baeten
in de Standaard van woensdag 11 juli 2012

De voetballiefhebber heeft de voorbije weken met volle teugen kunnen genieten van de nationale hymnen die door het stadion galmden en door een aantal spelers uit volle borst en al dan niet met overtuiging (en tranen in de ogen) werden meegezongen. Bij ons zal vandaag de Vlaamse Leeuw veelvuldig klinken en over precies tien dagen is het de beurt aan de Brabançonne.
………  ……….  …………  ……………
Onze Vlaamse Leeuw en de Brabançonne zijn misschien minder militant, maar dat beperkt zich bij beide volksliederen tot de eerste strofe, daarna gaat het er heel wat strijdlustiger toe. Het is een mysterie waarom al dit gezwollen en militant taalgebruik nog steeds de volksliederen van heel wat landen blijft kleuren, ook al is veel van het woordgebruik niet meer van deze tijd. Blijkbaar is het heiligschennis om een discussie over volksliederen op gang te brengen.
…………  ………  ………..  ………………….
Het oudste en naar mijn gevoel ook een van de mooiste volksliederen vinden we bij onze Noorderburen met het Wilhelmus. De tekst is misschien ook wat gezwollen, maar de melodie is prachtig met een trage tweekwartsmaat die enkele malen doorbroken wordt door een accentverschuiving naar driekwart: hemiolen noemt men dat in de muziek. Ook de melodievoering is bijzonder mooi en het is dan ook geen wonder dat in de 16de eeuw al heel wat bewerkingen van dit lied bestonden, onder andere in de luitliteratuur. Nederland heeft dit mooie volkslied tussen 1815 en 1932 ingeruild voor het veel gezwollener en militante Wie Neêrlands bloed in de aders vloeit, maar heeft dit gelukkig weer vervangen door het veel oudere en zoveel mooiere Wilhelmus.
……….  ……………  ……………
Wanneer kan en mag er een discussie op gang komen over deze symbolen? Veel landen wijzigden door de geschiedenis heen hun volksliederen, waarom zou dat bij ons niet mogen?
………..  ……….  …………….
Ik vrees dat het helaas een roep in de woestijn is. Symbolen zijn soms zo geladen dat ze onaantastbaar zijn. De Marseillaise zal niemand ter discussie durven stellen, vermoed ik, en hetzelfde zal wel het geval zijn met onze Brabançonne of, meer naar de actualiteit, onze Vlaamse Leeuw. Ondanks Vlaanderen in Actie of ondanks de kracht van verandering is dit waarschijnlijk een brug (of een liedje) te ver.

Commentaar

Op 12 juli 2012, zei Jerry Mager in reactie op: Harry van Bokhoven, Christian S. en Willem Ceupens:

@ Harry van Bokhoven, laat u niets diets maken: “Het is een misverstand om te denken dat alleen Diets en niet Duits op Nederland(s) kan slaan. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) zegt bij Duitsch: ‘Etymologisch één met DIETSCH.” @ Christian S. (11-07-22:29), inderdaad wat duits en diets betreft. Indien u ook nog gelijk hebt wat Marnix aangaat dan moet mijn idee u aanspreken: Klokke Roeland, als (een van de) volkslied(-eren). Ook voor Nederland! Naast het Wilhelmus. Zoals de Amerikanen naast The Star-Spangled Banner o.a. hebben: Dixie, God Bless America, My Country Tis of Thee, America the Beautiful, en nog enige. @ Willem Ceupens, waarom negeert u Klokke Roeland? Het lied is actueler dan ooit en toekomstbestendig (brrr, quel mot):” Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand / En luide storm in Vlaanderland!” Vlaanderland is voor mij net zo goed Nederland en vice versa, desnoods symbolisch-metaforisch of wat u wilt. Dat heeft alles met mijn lagere-school-tijd te maken.

Wij zongen minstens vier keer per maand Klokke Roeland, in de jaren vijftig, bij 30 graden in de schaduw, in Indonesië (toen in de geest van menige oudere Nederlander nog steeds Nederlands Oost-Indië), omdat de kinderen het lied graag zongen. Curieus eigenlijk, maar desniettemin. Die storm, woedt nu en zal voorlopig blijven woeden. Zeker in Vlaanderen, maar tevens in Europa en de ganse wereld. “’t Land is in nood, ‘vrijheid of dood’ / De gilden komen aangetogen.” Die gilden, dat zijn natuurlijk de vakbonden of wat daarvan rest. Het gevaar waarvan het lied gewaagt, is het gevaar dat onze democratie bedreigt. John Philpot Curran zegt het helder: “’It is the common fate of the indolent to see their rights become a prey to the active. The condition upon which God hath given liberty to man is eternal vigilance; which condition if he break, servitude is at once the consequence of his crime and the punishment of his guilt.”

En wat vindt u van het slot: “Vlaanderen den Leeuw! Tril, oude toren / En paar uw lied met onze koren./ Zing: ik ben Roeland, ‘k kleppe brand / Luide triomfe in Vlaanderland!” Uiteindelijk komt alles goed and we shall overcome….. of niet soms? Klokke Roeland is qua symboliek net zo bestendig als het Wilhelmus met zijn verwijzing naar de gehoorzaamheid van de Nederlanders aan de Coninck van Hispanjen. Ik dacht ook nog even aan de liederen uit La Muette waarmee de Belgische opstand zou zijn ingezet, maar het is een Opéra Comique, dus misschien minder geslaagd. Of daarom juist wel? U zegt het maar. Tenslotte een ander “volkslied” dat voor mij inmiddels helemaal door het putje is gegaan: Ode an die Freude, voor Europa. Foei, wat een karikatuur is dat geworden. Laat ons dus rap die onzalige euromuntzone opsplitsen en – ten dele – van vooraf beginnen met Europa ècht opbouwen en proberen samen te smeden.

Op 12 juli 2012 omstreeks 01:40, zei Willem Ceuppens, Sint-Martens-Bodegem:
Nieuw mag, moet niet. Hebben immers de luxe te beschikken over 3 prachtige, gepaste én tijdloze liederen. Sommige hier reeds vermeld. Voorkeur: [1] ‘Gebed voor het Vaderland’ (M: G.Feremans; T: Pirijns); [2] ‘Lied van mijn Land’ (M: I. de Sutter; T: A.van Wilderode); [3] ‘Waar Maas en Schelde vloeien’ (M: Peter Benoit; T: E.Hiel). Alle drie gepast, vooreerst omdat de muziek telkens een kunstwerk is (al is 3 wellicht moeilijk als volkszang), en ten tweede omdat de tekst voldoende poëtisch en inspirerend is: natuurelementen die de tragiek en het wezen van het leven, en het leven als opdracht verwoorden. Helemaal niet oubollig, eerder actueel én tijdloos. Komt daar ergens een ‘godsbegrip’ in voor, dan is dat eigenlijk onvermijdelijk. Dat begrip is echter meerduidig. Verbondenheid (re-ligie) is immers universeel-noodzakelijke vw om aan tekst en muziek (zeker in deze context) een zinvolle betekenis te geven. Nr.1 is trouwens ook een lied voor ‘Ver-enigde (of Her-enigde?) Nederlanden’…

Op 11 juli 2012 omstreeks 22:29, zei Christian S., Zoersel:
Het Wilhelmus is inderdaad erg mooi, maar dit lied toeschrijven aan onze Noorderburen is een aanfluiting van de geschiedenis. In die tijd waren de Nederlanden nog één en verwikkeld in een opstand tegen Spanje. De tekst wordt toegedicht aan Marnix van Sint-Aldegonde, een Zuid-Nederlander (nu zegt men Belg) en burgemeester van Antwerpen tijdens de capitulatie van de stad aan Farnese. De muziek was een populair stukje muziek van die tijd (waarschijnlijk ook uit de zuidelijke Nederlanden). De zin ‘van Duitsen bloed’ of origineel ‘van Dietschen bloed’ betekende in die tijd niets anders dan Nederlands (Nederlands werd toen ook Nederduits of Nederdietsch genoemd). Trouwens, Willem van Oranje voelde zich meer thuis in Brabant (Brussel, Antwerpen, Den Bosch…)dan in Holland.

Op 11 juli 2012 omstreeks 21:26, zei Harry van Bokhoven, Deurne (Antwerpen):
Van mij mogen ze de oude Vlaamse leeuw behouden, al ben ik het wel volmondig met de schrijver van het opiniestuk eens als het over het Wilhelmus gaat. Alleen het zinnetje ‘van Duitsen bloed’, daar heb ik het wat minder mee. Maar ik ben dan ook Nederlander, en Nederlanders hebben het al eens moeilijk met Duitsers, zoals u weet. Ik weiger dus te stellen dat ik van Duitsen bloed ben. Ben ik overigens niet want mijn familie was Noord-Brabants, met zelfs Hélène de Monmorrency als voorouder, Frans dus. Het Engelse mag er overigens ook zijn. De Brabançonne altijd een absolute draak gevonden. Zeker als ik op Boudewijn na er het koningshuis bij denk. Precies de hymne van een of andere fictieve bananenrepubliek. En dat zeg ik zonder Vlaamsche bijgedachten. De andere suggesties voor Vlaamse liederen laten mij koud, al blijft Brel wel mooi, met zijn mooie Nederlandse vertaling van Le Plat pays. Spijtig dat het om een vertaling gaat, ook is hij met grote en erkende deskundigheid gemaakt.

Op 11 juli 2012 omstreeks 14:10, zei Peter B., Dendermonde:
Beste onnozelaars altegader,mijzelf inbegrepen.Waarom reageren op een non-item in volle komkommertijd waar een genie bij De Standaard zich verkneukelt in hoogst persoonlijke reacties, man bijt hond meer dan waardig? Deze ‘spielerei’ is even relevant als de kleur van de schoenen van pakweg Di Ruppo.Of denken jullie dat er ook maar één partij hier een kernpunt van zal maken? En, o ja, ik vind het Wilhelmus wel het mooiste samen met uiteraard het Ros Beiaard. 

Op 11 juli 2012, zei Jerry Mager, in reactie op Peter B.:

@ Peter B., u noemt de Brabançonne met opzet niet? Toegegeven, misschien wat te gezwollen voor vandaag de dag. Ik geef u gelijk wat het Wilhelmus betreft: dat is een gebed (bijna een gebed zonder einde, zóóó lang …. oeijoei, dit komt mij vast op knorren en standjes te staan! Maar, zonder grappen en grollen: ik vind het Wilhelmus werkelijk Okay!) en dat kunnen we tegenwoordig niet vaak en lang genoeg doen. Bidden – of wat u daaronder moge verstaan – bedoel ik. Bij ’ t Ros Beiaard moet ik direct aan Hugo Claus denken, waar hij in “ Het verdriet van België” vertelt dat De Apostelen op de melodie van het Ros Beiaard zingen: “ ‘t Ros luiaard heeft twee monden, een van boven éééhééén een van onderen, …” Dacht u daaraan? Overigens, wie weet tegenwoordig nog van de vier Heemskinderen? Ik las net met groot afgrijzen van die mega-school die gesticht gaat worden. Dat belooft weinig goeds zo voorspel ik u. Nu helemaal geen les over de Heemskinderen meer.

Advertisements

Read Full Post »

“De loodgieter (Jean-Luc Dehaene) eert zijn vak”
Column Marc Reynebeau in De Standaard woensdag 16 mei 2012

Tien jaar geleden al, toen hij zijn boek Er is nog leven na de Wetstraat publiceerde, liet oud-premier Jean-Luc Dehaene onomwonden verstaan dat hij ‘een politicus van de twintigste eeuw’ was. Versta: de basisregels die tot dan toe het politieke leven bepaalden en die hij zo meesterlijk naar zijn hand kon zetten, zijn niet langer van tel.
Kortom, Dehaene voelde zich passé. De mislukking van zijn laatste politieke interventies, bij Dexia en als bemiddelaar in 2010 om BHV gesplitst te krijgen, lijkt dat ook te bevestigen.
Al vindt Dehaene zelf dat hij daarmee ook het slachtoffer is geworden van de perceptie. Zijn reputatie als de altijd met forse hoeveelheden Destop gewapende loodgieter van de Belgische politiek, die elke knoop ontward krijgt, noemt hij in zijn pas verschenen Memoires ‘een mythe’ die hem zelf al altijd dwars zat.
Niettemin levert de lectuur van deze herinneringen – waarover (veel) meer elders in deze krant – soms onthutsende déjà-vu-effecten op. Dat de staatshervorming of BHV kwesties zijn die al decennia aanslepen, is voldoende bekend. Maar ook de staatsschuld, de concurrentiekracht van de economie of het gedoe met de index, het is allemaal al veel eerder een soms harde noot om te kraken geweest.
……………….  …………………… ……………………. …………………..
Net daar, zo valt uit deze Memoires te begrijpen, ligt het keerpunt dat de politiek van de vorige eeuw zo fel doet verschillen van die in de huidige, digitale tijd.
Dat keerpunt ligt in de veranderde aard van de moderne democratie. Daarin is de mondige en dus kritische burger een ‘geatomiseerde’, individualistische burger geworden. De ironie daarbij is overigens dat Dehaene een zichtbare huiver koestert voor emotie in het beleid, maar die atomisering wel toeschrijft aan de vaststelling dat het individu niet langer een emotionele verbondenheid koestert met een partij of een vakbond, maar een volatiele shopper is geworden.
Door dat veranderde verwachtingspatroon bij de kiezer gaat de traagheid van de democratische procedure knagen aan de legitimiteit van de democratie zelf, doet het verlangen naar het directe en heldere resultaat de idee van het algemeen belang vervluchtigen en verliest ook het compromis zijn waarde als methode om de beslissing tot stand te brengen.
Wat daarmee samenhangt, klinkt bij Dehaene niet erg opwekkend: partijpolitieke versplintering, populisme, vedettecultus, perceptiecultuur, media die zich opwerpen als ‘(niet-gemandateerde) vertolkers van de publieke opinie’ en om strikt commerciële redenen het politieke debat reduceren tot inhoudsloze, maar snedige oneliners.
Het is een vertrouwde, cultuurpessimistische riedel. Maar Dehaene legt ermee wel een vinger op de wonde. Zeker in deze crisistijd kan de politiek niet zonder een nieuwe, maatschappelijke consensus, over bijvoorbeeld de toekomst van de pensioenen of van de sociale bescherming.
…………….  ……………..  ………………….

REACTIES – zie ook  De Standaard

Op 16 mei 2012, zei Jerry Mager:

Een loodgieter die zijn vak eert, is per definitie geen beunhaas die erop uit is de klant het vel over de neus te trekken en bovendien broddelwerk te leveren, maar een betrouwbare vakman die zijn stiel verstaat, deugdelijk werk levert en garant staat voor zijn klussen. Wat hier rond de heer Dehaene speelt en geactualiseerd wordt, is nagenoeg universeel aan de orde en het is van alle tijden. Maar – en dat vind ik naargeestig – het is tegenwoordig zeer urgent. Het sleutelwoord is VERTROUWEN. Direct resultaat eisen – boter bij de vis willen – is veelal een teken van ontbrekend vertrouwen: ik wil direct zien en ervaren dat wat ik heb gekocht marcheert en werkt zoals beloofd, want de garantie geldt tot aan de deur van de winkel. Dus “neem ik zelf mijn verantwoordelijkheid.” Brrrrrr…

 Indien je de wantrouwige en calculerende burger gelijkstelt aan een mondige kritische burger dan plaats ik daar vraagtekens bij. Een geëmancipeerde burger laat juist het algemene belang prevaleren en geeft niet de voorkeur aan instant-bevrediging van zijn behoeften. Algemeen belang en compromisbereidheid zijn volgens mij een Siamese tweeling, twee zijden van dezelfde medaille; het compromis houdt de bereidheid tot opschorten van behoeftenbevrediging in. Pensioenen zijn een sprekend voorbeeld van vertrouwen en uitgestelde behoeftenbevrediging: ik lever nú mijn prestatie, maar voor een deel krijg ik daar nú niet voor uitbetaald, maar ontvang ik later een pensioen. Daar vertrouw ik op, daar wil ik staat op kunnen maken – let wel: Stáát-maken-op. Sociale bescherming idem dito: ik wil die van harte en graag geven aan hen die het behoeven, maar ik wil erop kunnen rekenen dat wanneer ik die bescherming nodig heb, ik die óók zal ontvangen.

Wanneer aan deze zaken wordt getornd en geknabbeld dan zal dat mensen onmiddellijk in hun basisvertrouwen raken, schaden en aantasten. Wat voor nieuwe maatschappelijke consensus zouden we hieromtrent moeten construeren? De zogeheten krediet- en banken-crises zijn funest geweest en ze lijken structureel van aard. Hun pernicieuze werking breidt zich als een olievlek uit en zal alleen nog maar verhevigen, vrees ik. Dat is momenteel overal aan de hand en dat maakt vertrouwen tot een steeds schaarser goed, terwijl wij gek genoeg toch in ‘the Affluent Society’ leven. Wilt u hierover uitgebreider lezen dan raad ik u aan eens te kijken bij Marshall Sahlins en zijn drie vormen van reciprociteit op bivoorbeeld en het stuk over mutualiteit en reciprociteit (‘Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur’) van rechtsfilosofe Dorien Pessers te lezen. U kunt dit via google makkelijk vinden.

 Op 17 mei 2012, zei Raf G., Overpelt:
Een verhelderende tussenkomst. Bedankt ook voor de aanraders. Misschien toch ook je heldere blik en je situatie als ‘relatieve’ buitenstaander eens loslaten op een analyse van de politieke ontevredenheid in Vlaanderen?

Op 19 mei 2012, zei Jerry Mager:

# Raf G., wat je eerste zin betreft: dat komt op conto van DS en Marc Reynebeau. DS is momenteel de enige mij bekende Nederlandstalige kwaliteitskrant die nauwelijks zelfcensuur toepast en MR lees ik graag vanwege zijn prikkelende inzichten, originele meningen en mij aansprekende taalgebruik. Dat maakt reageren tot een genoegen. Zelfcensuur kan subtiel gebeuren en de twee hoofdingrediënten daarvan liggen in elkaars verlengde: a) het alleen aan de orde stellen van veilige thema’s in een veilige setting en b) het beperkt ruimte bieden aan discussie op de site – de setting. Dat laatste gebeurt in drieën: 1. door reageerders slechts kleine ruimte te geven (kijk bv eens bij the Economist), 2. veel issues te presenteren (fragmentatie onder het mom van keuzen) die 3. slechts een korte levensduur op de site hebben. Resultaat: veel kolderieke kretologie van reageerders in een koortsig kwetteren dat zichzelf de klauwen knipt. Terwijl de factor papier juist geen beperking meer vormt.

Wat je tweede punt aangaat, denk ik (Nota Bene! dit is míjn beleving en wel op dit moment) dat de Vlaamse politieke ontevredenheid deels zit ingebakken in jullie twee-taligheids-controverse die België doordesemt en diepe wortels heeft. Ik stel me Vlaanderen en Wallonië vaak voor als een echtpaar met relatieproblemen. Inclusief de veranderende mores t.a.v. het samenlevingscontract . Vroeger was scheiden een zwaar taboe, terwijl via scheiding van tafel en bed, de LAT-relatie en verdere constructies – met daarbij de respectieve alimentatieregelingen! – allengs verschuivingen hebben plaatsgevonden die zelfs een moeilijk huwelijk dragelijk kunnen maken. Eigenlijk een pernicieuze paradox! Ontevredenheid is in bijna ieder relatie te vinden, maar de wijze waarop de echtelieden daarmee omgaan verschilt. Denk aan die beroemde beginzin van Anna Karenina, over gelukkige en ongelukkige gezinnen. Oeps, ik denk aan Philemon en Baucis van Ovidius. Dat is andere huwelijkskoek.

Je kunt de ander misschien tot op zekere hoogte veranderen net zoals je jezelf kunt aanpassen en je voegen naar de ander, maar er zullen steeds dingen blijven die onveranderbaar blijken. De Belgische politiek en het soort politici worden hierdoor nolens volens sterk medebepaald, via de kip-ei-redenering, en een deel van die endogene ontevredenheid wordt functioneel op hen geprojecteerd. Daar leven ze deels van en voor. Denk ik althans. Dit vormt volgens mij als buitenstaander, maar tevens als antropoloog, de basis van ‘Het verdriet van België’ om van Hugo Claus te lenen. Ook het verdriet waarover Claus het heeft, is hierop te herleiden. Dat zijn die diepe wortels waar ik op doel. De soms rauwe uitingen daarvan zag ik onlangs op deze site voorbijkomen tijdens de laatste discussie over BHV. Die waren niet mis en voor mij goed te plaatsen. Vraag is hoe jullie verder gaan en dan denk ik aan Piaf wanneer ze in ‘Monsieur et Madame’ zingt: ‘ …. il y a des ménages curieux ….’

Op 20 mei 2012, zei André B., Overijse:
U schrijft : ‘die nauwelijks zelfcensuur toepast’. Ik denk dat dat getuigt van bedenkelijk inzicht. Lees de hoofdartikels, lees de zorgvuldigheid waarmee heel specifieke figuren worden behandeld … Nee, ethiek en collaterale zelfcensuur kunnen gewilde rookgordijnen en ook schadelijk zijn.

Op 21 mei 2012, zei Jerry Mager:

# André B., ik treed u bij, zeker, dat zal vast gebeuren, maar … er zijn gradaties. Een gazet is ook maar ‘een meneer’ en de redacteuren / moderatoren zijn mensen van vlees en bloed, met eigen voor- en afkeuren, sym- en antipathieën. Bovendien is een krant tevens een bedrijf dat inkomsten moet genereren (“de broek ophouden” heet dat tegenwoordig). Een dreigend proces wegens smaad zal afwegingen ten gevolge hebben: loont het de moeite, of is het sop de kool niet waard. Echter: het aan de orde stellen en ter discussie aanbieden van heikele thema’s op zich (zonder gratuit in de infotainment-fuik te zwemmen), vind ik vandaag de dag van moed en solide journalistieke waarden getuigen. Menige redacteur doet het bij bepaalde issues al bij voorbaat in z’n of haar broek.

Read Full Post »