Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘calculerende burger’

“De loodgieter (Jean-Luc Dehaene) eert zijn vak”
Column Marc Reynebeau in De Standaard woensdag 16 mei 2012

Tien jaar geleden al, toen hij zijn boek Er is nog leven na de Wetstraat publiceerde, liet oud-premier Jean-Luc Dehaene onomwonden verstaan dat hij ‘een politicus van de twintigste eeuw’ was. Versta: de basisregels die tot dan toe het politieke leven bepaalden en die hij zo meesterlijk naar zijn hand kon zetten, zijn niet langer van tel.
Kortom, Dehaene voelde zich passé. De mislukking van zijn laatste politieke interventies, bij Dexia en als bemiddelaar in 2010 om BHV gesplitst te krijgen, lijkt dat ook te bevestigen.
Al vindt Dehaene zelf dat hij daarmee ook het slachtoffer is geworden van de perceptie. Zijn reputatie als de altijd met forse hoeveelheden Destop gewapende loodgieter van de Belgische politiek, die elke knoop ontward krijgt, noemt hij in zijn pas verschenen Memoires ‘een mythe’ die hem zelf al altijd dwars zat.
Niettemin levert de lectuur van deze herinneringen – waarover (veel) meer elders in deze krant – soms onthutsende déjà-vu-effecten op. Dat de staatshervorming of BHV kwesties zijn die al decennia aanslepen, is voldoende bekend. Maar ook de staatsschuld, de concurrentiekracht van de economie of het gedoe met de index, het is allemaal al veel eerder een soms harde noot om te kraken geweest.
……………….  …………………… ……………………. …………………..
Net daar, zo valt uit deze Memoires te begrijpen, ligt het keerpunt dat de politiek van de vorige eeuw zo fel doet verschillen van die in de huidige, digitale tijd.
Dat keerpunt ligt in de veranderde aard van de moderne democratie. Daarin is de mondige en dus kritische burger een ‘geatomiseerde’, individualistische burger geworden. De ironie daarbij is overigens dat Dehaene een zichtbare huiver koestert voor emotie in het beleid, maar die atomisering wel toeschrijft aan de vaststelling dat het individu niet langer een emotionele verbondenheid koestert met een partij of een vakbond, maar een volatiele shopper is geworden.
Door dat veranderde verwachtingspatroon bij de kiezer gaat de traagheid van de democratische procedure knagen aan de legitimiteit van de democratie zelf, doet het verlangen naar het directe en heldere resultaat de idee van het algemeen belang vervluchtigen en verliest ook het compromis zijn waarde als methode om de beslissing tot stand te brengen.
Wat daarmee samenhangt, klinkt bij Dehaene niet erg opwekkend: partijpolitieke versplintering, populisme, vedettecultus, perceptiecultuur, media die zich opwerpen als ‘(niet-gemandateerde) vertolkers van de publieke opinie’ en om strikt commerciële redenen het politieke debat reduceren tot inhoudsloze, maar snedige oneliners.
Het is een vertrouwde, cultuurpessimistische riedel. Maar Dehaene legt ermee wel een vinger op de wonde. Zeker in deze crisistijd kan de politiek niet zonder een nieuwe, maatschappelijke consensus, over bijvoorbeeld de toekomst van de pensioenen of van de sociale bescherming.
…………….  ……………..  ………………….

REACTIES – zie ook  De Standaard

Op 16 mei 2012, zei Jerry Mager:

Een loodgieter die zijn vak eert, is per definitie geen beunhaas die erop uit is de klant het vel over de neus te trekken en bovendien broddelwerk te leveren, maar een betrouwbare vakman die zijn stiel verstaat, deugdelijk werk levert en garant staat voor zijn klussen. Wat hier rond de heer Dehaene speelt en geactualiseerd wordt, is nagenoeg universeel aan de orde en het is van alle tijden. Maar – en dat vind ik naargeestig – het is tegenwoordig zeer urgent. Het sleutelwoord is VERTROUWEN. Direct resultaat eisen – boter bij de vis willen – is veelal een teken van ontbrekend vertrouwen: ik wil direct zien en ervaren dat wat ik heb gekocht marcheert en werkt zoals beloofd, want de garantie geldt tot aan de deur van de winkel. Dus “neem ik zelf mijn verantwoordelijkheid.” Brrrrrr…

 Indien je de wantrouwige en calculerende burger gelijkstelt aan een mondige kritische burger dan plaats ik daar vraagtekens bij. Een geëmancipeerde burger laat juist het algemene belang prevaleren en geeft niet de voorkeur aan instant-bevrediging van zijn behoeften. Algemeen belang en compromisbereidheid zijn volgens mij een Siamese tweeling, twee zijden van dezelfde medaille; het compromis houdt de bereidheid tot opschorten van behoeftenbevrediging in. Pensioenen zijn een sprekend voorbeeld van vertrouwen en uitgestelde behoeftenbevrediging: ik lever nú mijn prestatie, maar voor een deel krijg ik daar nú niet voor uitbetaald, maar ontvang ik later een pensioen. Daar vertrouw ik op, daar wil ik staat op kunnen maken – let wel: Stáát-maken-op. Sociale bescherming idem dito: ik wil die van harte en graag geven aan hen die het behoeven, maar ik wil erop kunnen rekenen dat wanneer ik die bescherming nodig heb, ik die óók zal ontvangen.

Wanneer aan deze zaken wordt getornd en geknabbeld dan zal dat mensen onmiddellijk in hun basisvertrouwen raken, schaden en aantasten. Wat voor nieuwe maatschappelijke consensus zouden we hieromtrent moeten construeren? De zogeheten krediet- en banken-crises zijn funest geweest en ze lijken structureel van aard. Hun pernicieuze werking breidt zich als een olievlek uit en zal alleen nog maar verhevigen, vrees ik. Dat is momenteel overal aan de hand en dat maakt vertrouwen tot een steeds schaarser goed, terwijl wij gek genoeg toch in ‘the Affluent Society’ leven. Wilt u hierover uitgebreider lezen dan raad ik u aan eens te kijken bij Marshall Sahlins en zijn drie vormen van reciprociteit op bivoorbeeld en het stuk over mutualiteit en reciprociteit (‘Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur’) van rechtsfilosofe Dorien Pessers te lezen. U kunt dit via google makkelijk vinden.

 Op 17 mei 2012, zei Raf G., Overpelt:
Een verhelderende tussenkomst. Bedankt ook voor de aanraders. Misschien toch ook je heldere blik en je situatie als ‘relatieve’ buitenstaander eens loslaten op een analyse van de politieke ontevredenheid in Vlaanderen?

Op 19 mei 2012, zei Jerry Mager:

# Raf G., wat je eerste zin betreft: dat komt op conto van DS en Marc Reynebeau. DS is momenteel de enige mij bekende Nederlandstalige kwaliteitskrant die nauwelijks zelfcensuur toepast en MR lees ik graag vanwege zijn prikkelende inzichten, originele meningen en mij aansprekende taalgebruik. Dat maakt reageren tot een genoegen. Zelfcensuur kan subtiel gebeuren en de twee hoofdingrediënten daarvan liggen in elkaars verlengde: a) het alleen aan de orde stellen van veilige thema’s in een veilige setting en b) het beperkt ruimte bieden aan discussie op de site – de setting. Dat laatste gebeurt in drieën: 1. door reageerders slechts kleine ruimte te geven (kijk bv eens bij the Economist), 2. veel issues te presenteren (fragmentatie onder het mom van keuzen) die 3. slechts een korte levensduur op de site hebben. Resultaat: veel kolderieke kretologie van reageerders in een koortsig kwetteren dat zichzelf de klauwen knipt. Terwijl de factor papier juist geen beperking meer vormt.

Wat je tweede punt aangaat, denk ik (Nota Bene! dit is míjn beleving en wel op dit moment) dat de Vlaamse politieke ontevredenheid deels zit ingebakken in jullie twee-taligheids-controverse die België doordesemt en diepe wortels heeft. Ik stel me Vlaanderen en Wallonië vaak voor als een echtpaar met relatieproblemen. Inclusief de veranderende mores t.a.v. het samenlevingscontract . Vroeger was scheiden een zwaar taboe, terwijl via scheiding van tafel en bed, de LAT-relatie en verdere constructies – met daarbij de respectieve alimentatieregelingen! – allengs verschuivingen hebben plaatsgevonden die zelfs een moeilijk huwelijk dragelijk kunnen maken. Eigenlijk een pernicieuze paradox! Ontevredenheid is in bijna ieder relatie te vinden, maar de wijze waarop de echtelieden daarmee omgaan verschilt. Denk aan die beroemde beginzin van Anna Karenina, over gelukkige en ongelukkige gezinnen. Oeps, ik denk aan Philemon en Baucis van Ovidius. Dat is andere huwelijkskoek.

Je kunt de ander misschien tot op zekere hoogte veranderen net zoals je jezelf kunt aanpassen en je voegen naar de ander, maar er zullen steeds dingen blijven die onveranderbaar blijken. De Belgische politiek en het soort politici worden hierdoor nolens volens sterk medebepaald, via de kip-ei-redenering, en een deel van die endogene ontevredenheid wordt functioneel op hen geprojecteerd. Daar leven ze deels van en voor. Denk ik althans. Dit vormt volgens mij als buitenstaander, maar tevens als antropoloog, de basis van ‘Het verdriet van België’ om van Hugo Claus te lenen. Ook het verdriet waarover Claus het heeft, is hierop te herleiden. Dat zijn die diepe wortels waar ik op doel. De soms rauwe uitingen daarvan zag ik onlangs op deze site voorbijkomen tijdens de laatste discussie over BHV. Die waren niet mis en voor mij goed te plaatsen. Vraag is hoe jullie verder gaan en dan denk ik aan Piaf wanneer ze in ‘Monsieur et Madame’ zingt: ‘ …. il y a des ménages curieux ….’

Op 20 mei 2012, zei André B., Overijse:
U schrijft : ‘die nauwelijks zelfcensuur toepast’. Ik denk dat dat getuigt van bedenkelijk inzicht. Lees de hoofdartikels, lees de zorgvuldigheid waarmee heel specifieke figuren worden behandeld … Nee, ethiek en collaterale zelfcensuur kunnen gewilde rookgordijnen en ook schadelijk zijn.

Op 21 mei 2012, zei Jerry Mager:

# André B., ik treed u bij, zeker, dat zal vast gebeuren, maar … er zijn gradaties. Een gazet is ook maar ‘een meneer’ en de redacteuren / moderatoren zijn mensen van vlees en bloed, met eigen voor- en afkeuren, sym- en antipathieën. Bovendien is een krant tevens een bedrijf dat inkomsten moet genereren (“de broek ophouden” heet dat tegenwoordig). Een dreigend proces wegens smaad zal afwegingen ten gevolge hebben: loont het de moeite, of is het sop de kool niet waard. Echter: het aan de orde stellen en ter discussie aanbieden van heikele thema’s op zich (zonder gratuit in de infotainment-fuik te zwemmen), vind ik vandaag de dag van moed en solide journalistieke waarden getuigen. Menige redacteur doet het bij bepaalde issues al bij voorbaat in z’n of haar broek.

Advertisements

Read Full Post »