Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Pleidooi voor een andere Vlaamse Leeuw
Herman Baeten
in de Standaard van woensdag 11 juli 2012

De voetballiefhebber heeft de voorbije weken met volle teugen kunnen genieten van de nationale hymnen die door het stadion galmden en door een aantal spelers uit volle borst en al dan niet met overtuiging (en tranen in de ogen) werden meegezongen. Bij ons zal vandaag de Vlaamse Leeuw veelvuldig klinken en over precies tien dagen is het de beurt aan de Brabançonne.
………  ……….  …………  ……………
Onze Vlaamse Leeuw en de Brabançonne zijn misschien minder militant, maar dat beperkt zich bij beide volksliederen tot de eerste strofe, daarna gaat het er heel wat strijdlustiger toe. Het is een mysterie waarom al dit gezwollen en militant taalgebruik nog steeds de volksliederen van heel wat landen blijft kleuren, ook al is veel van het woordgebruik niet meer van deze tijd. Blijkbaar is het heiligschennis om een discussie over volksliederen op gang te brengen.
…………  ………  ………..  ………………….
Het oudste en naar mijn gevoel ook een van de mooiste volksliederen vinden we bij onze Noorderburen met het Wilhelmus. De tekst is misschien ook wat gezwollen, maar de melodie is prachtig met een trage tweekwartsmaat die enkele malen doorbroken wordt door een accentverschuiving naar driekwart: hemiolen noemt men dat in de muziek. Ook de melodievoering is bijzonder mooi en het is dan ook geen wonder dat in de 16de eeuw al heel wat bewerkingen van dit lied bestonden, onder andere in de luitliteratuur. Nederland heeft dit mooie volkslied tussen 1815 en 1932 ingeruild voor het veel gezwollener en militante Wie Neêrlands bloed in de aders vloeit, maar heeft dit gelukkig weer vervangen door het veel oudere en zoveel mooiere Wilhelmus.
……….  ……………  ……………
Wanneer kan en mag er een discussie op gang komen over deze symbolen? Veel landen wijzigden door de geschiedenis heen hun volksliederen, waarom zou dat bij ons niet mogen?
………..  ……….  …………….
Ik vrees dat het helaas een roep in de woestijn is. Symbolen zijn soms zo geladen dat ze onaantastbaar zijn. De Marseillaise zal niemand ter discussie durven stellen, vermoed ik, en hetzelfde zal wel het geval zijn met onze Brabançonne of, meer naar de actualiteit, onze Vlaamse Leeuw. Ondanks Vlaanderen in Actie of ondanks de kracht van verandering is dit waarschijnlijk een brug (of een liedje) te ver.

Commentaar

Op 12 juli 2012, zei Jerry Mager in reactie op: Harry van Bokhoven, Christian S. en Willem Ceupens:

@ Harry van Bokhoven, laat u niets diets maken: “Het is een misverstand om te denken dat alleen Diets en niet Duits op Nederland(s) kan slaan. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) zegt bij Duitsch: ‘Etymologisch één met DIETSCH.” @ Christian S. (11-07-22:29), inderdaad wat duits en diets betreft. Indien u ook nog gelijk hebt wat Marnix aangaat dan moet mijn idee u aanspreken: Klokke Roeland, als (een van de) volkslied(-eren). Ook voor Nederland! Naast het Wilhelmus. Zoals de Amerikanen naast The Star-Spangled Banner o.a. hebben: Dixie, God Bless America, My Country Tis of Thee, America the Beautiful, en nog enige. @ Willem Ceupens, waarom negeert u Klokke Roeland? Het lied is actueler dan ooit en toekomstbestendig (brrr, quel mot):” Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand / En luide storm in Vlaanderland!” Vlaanderland is voor mij net zo goed Nederland en vice versa, desnoods symbolisch-metaforisch of wat u wilt. Dat heeft alles met mijn lagere-school-tijd te maken.

Wij zongen minstens vier keer per maand Klokke Roeland, in de jaren vijftig, bij 30 graden in de schaduw, in Indonesië (toen in de geest van menige oudere Nederlander nog steeds Nederlands Oost-Indië), omdat de kinderen het lied graag zongen. Curieus eigenlijk, maar desniettemin. Die storm, woedt nu en zal voorlopig blijven woeden. Zeker in Vlaanderen, maar tevens in Europa en de ganse wereld. “’t Land is in nood, ‘vrijheid of dood’ / De gilden komen aangetogen.” Die gilden, dat zijn natuurlijk de vakbonden of wat daarvan rest. Het gevaar waarvan het lied gewaagt, is het gevaar dat onze democratie bedreigt. John Philpot Curran zegt het helder: “’It is the common fate of the indolent to see their rights become a prey to the active. The condition upon which God hath given liberty to man is eternal vigilance; which condition if he break, servitude is at once the consequence of his crime and the punishment of his guilt.”

En wat vindt u van het slot: “Vlaanderen den Leeuw! Tril, oude toren / En paar uw lied met onze koren./ Zing: ik ben Roeland, ‘k kleppe brand / Luide triomfe in Vlaanderland!” Uiteindelijk komt alles goed and we shall overcome….. of niet soms? Klokke Roeland is qua symboliek net zo bestendig als het Wilhelmus met zijn verwijzing naar de gehoorzaamheid van de Nederlanders aan de Coninck van Hispanjen. Ik dacht ook nog even aan de liederen uit La Muette waarmee de Belgische opstand zou zijn ingezet, maar het is een Opéra Comique, dus misschien minder geslaagd. Of daarom juist wel? U zegt het maar. Tenslotte een ander “volkslied” dat voor mij inmiddels helemaal door het putje is gegaan: Ode an die Freude, voor Europa. Foei, wat een karikatuur is dat geworden. Laat ons dus rap die onzalige euromuntzone opsplitsen en – ten dele – van vooraf beginnen met Europa ècht opbouwen en proberen samen te smeden.

Op 12 juli 2012 omstreeks 01:40, zei Willem Ceuppens, Sint-Martens-Bodegem:
Nieuw mag, moet niet. Hebben immers de luxe te beschikken over 3 prachtige, gepaste én tijdloze liederen. Sommige hier reeds vermeld. Voorkeur: [1] ‘Gebed voor het Vaderland’ (M: G.Feremans; T: Pirijns); [2] ‘Lied van mijn Land’ (M: I. de Sutter; T: A.van Wilderode); [3] ‘Waar Maas en Schelde vloeien’ (M: Peter Benoit; T: E.Hiel). Alle drie gepast, vooreerst omdat de muziek telkens een kunstwerk is (al is 3 wellicht moeilijk als volkszang), en ten tweede omdat de tekst voldoende poëtisch en inspirerend is: natuurelementen die de tragiek en het wezen van het leven, en het leven als opdracht verwoorden. Helemaal niet oubollig, eerder actueel én tijdloos. Komt daar ergens een ‘godsbegrip’ in voor, dan is dat eigenlijk onvermijdelijk. Dat begrip is echter meerduidig. Verbondenheid (re-ligie) is immers universeel-noodzakelijke vw om aan tekst en muziek (zeker in deze context) een zinvolle betekenis te geven. Nr.1 is trouwens ook een lied voor ‘Ver-enigde (of Her-enigde?) Nederlanden’…

Op 11 juli 2012 omstreeks 22:29, zei Christian S., Zoersel:
Het Wilhelmus is inderdaad erg mooi, maar dit lied toeschrijven aan onze Noorderburen is een aanfluiting van de geschiedenis. In die tijd waren de Nederlanden nog één en verwikkeld in een opstand tegen Spanje. De tekst wordt toegedicht aan Marnix van Sint-Aldegonde, een Zuid-Nederlander (nu zegt men Belg) en burgemeester van Antwerpen tijdens de capitulatie van de stad aan Farnese. De muziek was een populair stukje muziek van die tijd (waarschijnlijk ook uit de zuidelijke Nederlanden). De zin ‘van Duitsen bloed’ of origineel ‘van Dietschen bloed’ betekende in die tijd niets anders dan Nederlands (Nederlands werd toen ook Nederduits of Nederdietsch genoemd). Trouwens, Willem van Oranje voelde zich meer thuis in Brabant (Brussel, Antwerpen, Den Bosch…)dan in Holland.

Op 11 juli 2012 omstreeks 21:26, zei Harry van Bokhoven, Deurne (Antwerpen):
Van mij mogen ze de oude Vlaamse leeuw behouden, al ben ik het wel volmondig met de schrijver van het opiniestuk eens als het over het Wilhelmus gaat. Alleen het zinnetje ‘van Duitsen bloed’, daar heb ik het wat minder mee. Maar ik ben dan ook Nederlander, en Nederlanders hebben het al eens moeilijk met Duitsers, zoals u weet. Ik weiger dus te stellen dat ik van Duitsen bloed ben. Ben ik overigens niet want mijn familie was Noord-Brabants, met zelfs Hélène de Monmorrency als voorouder, Frans dus. Het Engelse mag er overigens ook zijn. De Brabançonne altijd een absolute draak gevonden. Zeker als ik op Boudewijn na er het koningshuis bij denk. Precies de hymne van een of andere fictieve bananenrepubliek. En dat zeg ik zonder Vlaamsche bijgedachten. De andere suggesties voor Vlaamse liederen laten mij koud, al blijft Brel wel mooi, met zijn mooie Nederlandse vertaling van Le Plat pays. Spijtig dat het om een vertaling gaat, ook is hij met grote en erkende deskundigheid gemaakt.

Op 11 juli 2012 omstreeks 14:10, zei Peter B., Dendermonde:
Beste onnozelaars altegader,mijzelf inbegrepen.Waarom reageren op een non-item in volle komkommertijd waar een genie bij De Standaard zich verkneukelt in hoogst persoonlijke reacties, man bijt hond meer dan waardig? Deze ‘spielerei’ is even relevant als de kleur van de schoenen van pakweg Di Ruppo.Of denken jullie dat er ook maar één partij hier een kernpunt van zal maken? En, o ja, ik vind het Wilhelmus wel het mooiste samen met uiteraard het Ros Beiaard. 

Op 11 juli 2012, zei Jerry Mager, in reactie op Peter B.:

@ Peter B., u noemt de Brabançonne met opzet niet? Toegegeven, misschien wat te gezwollen voor vandaag de dag. Ik geef u gelijk wat het Wilhelmus betreft: dat is een gebed (bijna een gebed zonder einde, zóóó lang …. oeijoei, dit komt mij vast op knorren en standjes te staan! Maar, zonder grappen en grollen: ik vind het Wilhelmus werkelijk Okay!) en dat kunnen we tegenwoordig niet vaak en lang genoeg doen. Bidden – of wat u daaronder moge verstaan – bedoel ik. Bij ’ t Ros Beiaard moet ik direct aan Hugo Claus denken, waar hij in “ Het verdriet van België” vertelt dat De Apostelen op de melodie van het Ros Beiaard zingen: “ ‘t Ros luiaard heeft twee monden, een van boven éééhééén een van onderen, …” Dacht u daaraan? Overigens, wie weet tegenwoordig nog van de vier Heemskinderen? Ik las net met groot afgrijzen van die mega-school die gesticht gaat worden. Dat belooft weinig goeds zo voorspel ik u. Nu helemaal geen les over de Heemskinderen meer.

Advertisements

Read Full Post »

Bas Heijne in De Standaard van zaterdag 02 juni 2012

(ingekort – zie De Standaard voor complete tekst )

Geen medelijden: afgelopen week nam Christine Lagarde, de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, het Griekse volk de maat. Werkloze jongeren moesten maar bij hun ouders verhaal gaan halen – als die gewoon hun belastingen hadden betaald, dan was het niet zo ver gekomen. Arme kinderen in Niger, daar kon de topvrouw wel van wakker liggen. Arme Grieken – pfft!
Haar woorden werden niet op prijs gesteld. De Franse regering noemde ze ‘nogal simplistisch en stereotiep’. De Griekse leider van het socialistische Pasok noemde ze ‘vernederend’.
Zelf verdient mevrouw Lagarde ongeveer 450.000euro per jaar, plus onkosten. Ze blijkt, ontdekten journalisten, vanwege haar diplomatieke status zelf geen belasting te betalen. Geen cent.
Ik vind dat interessant nieuws. Alle pijn van onze tijd komt erin samen – een elite die in tijden van crisis gemeenschapsmoraal predikt, terwijl ze zichzelf grotendeels aan die moraal onttrokken heeft. En de blindheid van internationale bestuurders voor gevoelens van nationale trots: Lagarde heeft wat de Grieken betreft een punt, maar zulke vermaningen vanuit instanties die als vijandig worden beschouwd, maken Grieken alleen maar nog meer Griek – en nog meer recalcitrant. Lagarde jaagt ze in de armen van populisten.
Publieke moraal en identiteit, de twee blinde vlekken van het establishment.
In een samenleving die doordrenkt is van het geloof in de markt, is het publieke belang iets virtueels – iets voor congressen en seminaries, fijn om over te praten, fijn om anderen aan te herinneren, zonder dat het weerslag op je eigen leven krijgt. Of je verplaatst je morele betrokkenheid ver buiten je eigen omgeving, een soort outsourcing van de publieke moraal – aidsbaby’s, kindsoldaten, rampenslachtoffers. Dat is mooi, want die mensen hebben het pas echt zwaar, maar het confronteert je met weinig of geen lastige dilemma’s in je eigen omgeving. Wat ben je anderen verplicht? Waar ligt de grens van je betrokkenheid?

Wat dat betreft is de opmerking van Lagarde over de kinderen in Niger veelzeggend. Ongetwijfeld zijn die kinderen slechter af dan de armste Griek, maar Lagarde gebruikt hen om de Grieken te honen. Wat ze zelf voor de kinderen in Niger doet, blijft onduidelijk.
Het geval-Lagarde laat een moeizame verschuiving zien: die van een marktmoraal naar een publieke moraal. Dat is waar de crisis ons toe dwingt: toen het geld ons de oren uitkwam, konden we gerieflijk klagen over de verruwing van omgangsvormen, groeiend egoïsme en de schande dat in een welvarend land als het onze zoiets als een voedselbank bestond. Het verplichtte tot weinig. Nu er harde klappen gaan vallen, moeten uitgeholde begrippen als gemeenschap en, gadver, solidariteit weer betekenis krijgen. Dat lukt nog niet zo goed.
…….. ………. ……….
Een voorbeeld. Er is de voorbije week ophef ontstaan over het royale dividend dat de aandeelhouders van NRC Handelsblad zichzelf hebben uitgekeerd – meer dan drie keer de winst van het afgelopen jaar. Volgens de moraal van de markt is dat geoorloofd. Er wordt geen regel ontdoken, geen wet overtreden. Maar in een tijd waarin kranten moeten vechten voor hun lezers, waarin ontslagen vallen en freelancers worden onderbetaald, botst de marktmoraal hard met de gemeenschapsmoraal – hoe kun je eigenaren hebben die geen betrokkenheid lijken te voelen met hun waardevolle eigendom? Hoe kan bij een eventuele nieuwe bezuiniging solidariteit worden geëist, terwijl die lijkt te ontbreken bij degenen die die solidariteit eisen – zie ook Lagarde? Dat is een morele kwestie, die nu op het bord ligt van mensen die niet meer gewend zijn om in termen van moraal te denken.
…………. ……….. …………………

REACTIE (zie De Standaard voor meer)

Op 02 juni 2012, zei Jerry Mager

Niet alleen is de behandeling van de Grieken – nu door mme Lagarde – stuitend, maar het effect op ons allemaal van die behandeling is niet te onderschatten. Misschien doet mw. Lagarde het precies daarom (ik kan me nog steeds moeilijk voorstellen dat personen op zulke posten écht dom en stompzinnig zijn – er móet gewoon een groter plan achter steken), om het effect van haar optreden jegens de Grieken op ons. Het overkomt ons gelukkig niet, want wij gedragen ons gehoorzaam en mak en zijn bereid om af te zien. Anders wacht ons het lot van de Grieken. Dat zo’n lot ons tóch is beschoren wanneer het Largarde c.s. past, daar denken we liever niet aan. Stel je voor dat wij ons solidair met de Grieken zouden verklaren en dat Lagarde dan onze pensioenen en spaargelden zou afpakken – om de Grieken te helpen natuurlijk, en tegelijk voor straf vanwege onze brutaliteit. Daar moeten we toch niet aan denken? Alleen pakt zij onze pensioenen toch wel af als haar en haar kornuiten dat zo uitkomt.

Dus of we nou braaf en gehoorzaam zijn of in opstand komen, het maakt niets uit wanneer de ‘BovenBazen’ besluiten dat ze ons geld willen. De kranten dat is een story apart, maar in hetzelfde kader te bezien: winst, op basis van omzet en reclame. Je kunt het aan de ‘content’ van kranten zien of ze van en voor de markt zijn, of een onafhankelijke positie innemen. Marktkranten die op omzet zijn gefocussed brengen gevaarlijk nieuws op een ongevaarlijke manier en zorgen er angstvallig voor dat op hun opiniepagina’s de brisante onderwerpen of ontbreken, of zodanig worden gebracht dat de kans op steekhoudende kritiek minimaal tot nul is. Heel veel rubrieken over eten en drinken, het klimaat en het heelal en zo. Kortom: de life style verdringt de inhoudelijke onderwerpen in rap tempo en het werkt, want het verdient. Of die aandeelhouders nou dividend trekken van een investering in de productie van plastic implantaten, kunstheupen of een kwaliteitskrant zal ze worst wezen.

Zeggen dat je aandelen in een kwaliteitskrant hebt, staat nog chique en gekleed ook; het hoort bij die life style. Men investeert in een product met een prestigieus merk en dient daarmee ogenschijnlijk tevens het publieke belang. Het product krant verandert door dit alles ingrijpend, maar ongemerkt. Dat je door zo te opereren juist de morele standaarden van de pers contamineert en ondergraaft en dus het publieke belang een slechte dienst bewijst, ontgaat ze, of het kan ze geen biet schelen. Let wel de redacties wordt geen haarbreed in de weg gelegd, maar iedereen bij zo’n krant weet nauwkeurig aan welke kant zijn boterham is beboterd en wie de eigenlijke broodheren zijn en wat die wel en niet willen lezen. Vooral: dat er winst gemaakt moet worden, want de geldschieters willen hoe dan ook hun pond vlees. Alles geschiedt volkomen legitiem en ruimschoots binnen de wettelijke kaders, net als bij het inkomen van mme Lagarde, haar emolumenten en haar tax free status, en toch …

Read Full Post »

“De loodgieter (Jean-Luc Dehaene) eert zijn vak”
Column Marc Reynebeau in De Standaard woensdag 16 mei 2012

Tien jaar geleden al, toen hij zijn boek Er is nog leven na de Wetstraat publiceerde, liet oud-premier Jean-Luc Dehaene onomwonden verstaan dat hij ‘een politicus van de twintigste eeuw’ was. Versta: de basisregels die tot dan toe het politieke leven bepaalden en die hij zo meesterlijk naar zijn hand kon zetten, zijn niet langer van tel.
Kortom, Dehaene voelde zich passé. De mislukking van zijn laatste politieke interventies, bij Dexia en als bemiddelaar in 2010 om BHV gesplitst te krijgen, lijkt dat ook te bevestigen.
Al vindt Dehaene zelf dat hij daarmee ook het slachtoffer is geworden van de perceptie. Zijn reputatie als de altijd met forse hoeveelheden Destop gewapende loodgieter van de Belgische politiek, die elke knoop ontward krijgt, noemt hij in zijn pas verschenen Memoires ‘een mythe’ die hem zelf al altijd dwars zat.
Niettemin levert de lectuur van deze herinneringen – waarover (veel) meer elders in deze krant – soms onthutsende déjà-vu-effecten op. Dat de staatshervorming of BHV kwesties zijn die al decennia aanslepen, is voldoende bekend. Maar ook de staatsschuld, de concurrentiekracht van de economie of het gedoe met de index, het is allemaal al veel eerder een soms harde noot om te kraken geweest.
……………….  …………………… ……………………. …………………..
Net daar, zo valt uit deze Memoires te begrijpen, ligt het keerpunt dat de politiek van de vorige eeuw zo fel doet verschillen van die in de huidige, digitale tijd.
Dat keerpunt ligt in de veranderde aard van de moderne democratie. Daarin is de mondige en dus kritische burger een ‘geatomiseerde’, individualistische burger geworden. De ironie daarbij is overigens dat Dehaene een zichtbare huiver koestert voor emotie in het beleid, maar die atomisering wel toeschrijft aan de vaststelling dat het individu niet langer een emotionele verbondenheid koestert met een partij of een vakbond, maar een volatiele shopper is geworden.
Door dat veranderde verwachtingspatroon bij de kiezer gaat de traagheid van de democratische procedure knagen aan de legitimiteit van de democratie zelf, doet het verlangen naar het directe en heldere resultaat de idee van het algemeen belang vervluchtigen en verliest ook het compromis zijn waarde als methode om de beslissing tot stand te brengen.
Wat daarmee samenhangt, klinkt bij Dehaene niet erg opwekkend: partijpolitieke versplintering, populisme, vedettecultus, perceptiecultuur, media die zich opwerpen als ‘(niet-gemandateerde) vertolkers van de publieke opinie’ en om strikt commerciële redenen het politieke debat reduceren tot inhoudsloze, maar snedige oneliners.
Het is een vertrouwde, cultuurpessimistische riedel. Maar Dehaene legt ermee wel een vinger op de wonde. Zeker in deze crisistijd kan de politiek niet zonder een nieuwe, maatschappelijke consensus, over bijvoorbeeld de toekomst van de pensioenen of van de sociale bescherming.
…………….  ……………..  ………………….

REACTIES – zie ook  De Standaard

Op 16 mei 2012, zei Jerry Mager:

Een loodgieter die zijn vak eert, is per definitie geen beunhaas die erop uit is de klant het vel over de neus te trekken en bovendien broddelwerk te leveren, maar een betrouwbare vakman die zijn stiel verstaat, deugdelijk werk levert en garant staat voor zijn klussen. Wat hier rond de heer Dehaene speelt en geactualiseerd wordt, is nagenoeg universeel aan de orde en het is van alle tijden. Maar – en dat vind ik naargeestig – het is tegenwoordig zeer urgent. Het sleutelwoord is VERTROUWEN. Direct resultaat eisen – boter bij de vis willen – is veelal een teken van ontbrekend vertrouwen: ik wil direct zien en ervaren dat wat ik heb gekocht marcheert en werkt zoals beloofd, want de garantie geldt tot aan de deur van de winkel. Dus “neem ik zelf mijn verantwoordelijkheid.” Brrrrrr…

 Indien je de wantrouwige en calculerende burger gelijkstelt aan een mondige kritische burger dan plaats ik daar vraagtekens bij. Een geëmancipeerde burger laat juist het algemene belang prevaleren en geeft niet de voorkeur aan instant-bevrediging van zijn behoeften. Algemeen belang en compromisbereidheid zijn volgens mij een Siamese tweeling, twee zijden van dezelfde medaille; het compromis houdt de bereidheid tot opschorten van behoeftenbevrediging in. Pensioenen zijn een sprekend voorbeeld van vertrouwen en uitgestelde behoeftenbevrediging: ik lever nú mijn prestatie, maar voor een deel krijg ik daar nú niet voor uitbetaald, maar ontvang ik later een pensioen. Daar vertrouw ik op, daar wil ik staat op kunnen maken – let wel: Stáát-maken-op. Sociale bescherming idem dito: ik wil die van harte en graag geven aan hen die het behoeven, maar ik wil erop kunnen rekenen dat wanneer ik die bescherming nodig heb, ik die óók zal ontvangen.

Wanneer aan deze zaken wordt getornd en geknabbeld dan zal dat mensen onmiddellijk in hun basisvertrouwen raken, schaden en aantasten. Wat voor nieuwe maatschappelijke consensus zouden we hieromtrent moeten construeren? De zogeheten krediet- en banken-crises zijn funest geweest en ze lijken structureel van aard. Hun pernicieuze werking breidt zich als een olievlek uit en zal alleen nog maar verhevigen, vrees ik. Dat is momenteel overal aan de hand en dat maakt vertrouwen tot een steeds schaarser goed, terwijl wij gek genoeg toch in ‘the Affluent Society’ leven. Wilt u hierover uitgebreider lezen dan raad ik u aan eens te kijken bij Marshall Sahlins en zijn drie vormen van reciprociteit op bivoorbeeld en het stuk over mutualiteit en reciprociteit (‘Goede en kwade trouw in het openbaar bestuur’) van rechtsfilosofe Dorien Pessers te lezen. U kunt dit via google makkelijk vinden.

 Op 17 mei 2012, zei Raf G., Overpelt:
Een verhelderende tussenkomst. Bedankt ook voor de aanraders. Misschien toch ook je heldere blik en je situatie als ‘relatieve’ buitenstaander eens loslaten op een analyse van de politieke ontevredenheid in Vlaanderen?

Op 19 mei 2012, zei Jerry Mager:

# Raf G., wat je eerste zin betreft: dat komt op conto van DS en Marc Reynebeau. DS is momenteel de enige mij bekende Nederlandstalige kwaliteitskrant die nauwelijks zelfcensuur toepast en MR lees ik graag vanwege zijn prikkelende inzichten, originele meningen en mij aansprekende taalgebruik. Dat maakt reageren tot een genoegen. Zelfcensuur kan subtiel gebeuren en de twee hoofdingrediënten daarvan liggen in elkaars verlengde: a) het alleen aan de orde stellen van veilige thema’s in een veilige setting en b) het beperkt ruimte bieden aan discussie op de site – de setting. Dat laatste gebeurt in drieën: 1. door reageerders slechts kleine ruimte te geven (kijk bv eens bij the Economist), 2. veel issues te presenteren (fragmentatie onder het mom van keuzen) die 3. slechts een korte levensduur op de site hebben. Resultaat: veel kolderieke kretologie van reageerders in een koortsig kwetteren dat zichzelf de klauwen knipt. Terwijl de factor papier juist geen beperking meer vormt.

Wat je tweede punt aangaat, denk ik (Nota Bene! dit is míjn beleving en wel op dit moment) dat de Vlaamse politieke ontevredenheid deels zit ingebakken in jullie twee-taligheids-controverse die België doordesemt en diepe wortels heeft. Ik stel me Vlaanderen en Wallonië vaak voor als een echtpaar met relatieproblemen. Inclusief de veranderende mores t.a.v. het samenlevingscontract . Vroeger was scheiden een zwaar taboe, terwijl via scheiding van tafel en bed, de LAT-relatie en verdere constructies – met daarbij de respectieve alimentatieregelingen! – allengs verschuivingen hebben plaatsgevonden die zelfs een moeilijk huwelijk dragelijk kunnen maken. Eigenlijk een pernicieuze paradox! Ontevredenheid is in bijna ieder relatie te vinden, maar de wijze waarop de echtelieden daarmee omgaan verschilt. Denk aan die beroemde beginzin van Anna Karenina, over gelukkige en ongelukkige gezinnen. Oeps, ik denk aan Philemon en Baucis van Ovidius. Dat is andere huwelijkskoek.

Je kunt de ander misschien tot op zekere hoogte veranderen net zoals je jezelf kunt aanpassen en je voegen naar de ander, maar er zullen steeds dingen blijven die onveranderbaar blijken. De Belgische politiek en het soort politici worden hierdoor nolens volens sterk medebepaald, via de kip-ei-redenering, en een deel van die endogene ontevredenheid wordt functioneel op hen geprojecteerd. Daar leven ze deels van en voor. Denk ik althans. Dit vormt volgens mij als buitenstaander, maar tevens als antropoloog, de basis van ‘Het verdriet van België’ om van Hugo Claus te lenen. Ook het verdriet waarover Claus het heeft, is hierop te herleiden. Dat zijn die diepe wortels waar ik op doel. De soms rauwe uitingen daarvan zag ik onlangs op deze site voorbijkomen tijdens de laatste discussie over BHV. Die waren niet mis en voor mij goed te plaatsen. Vraag is hoe jullie verder gaan en dan denk ik aan Piaf wanneer ze in ‘Monsieur et Madame’ zingt: ‘ …. il y a des ménages curieux ….’

Op 20 mei 2012, zei André B., Overijse:
U schrijft : ‘die nauwelijks zelfcensuur toepast’. Ik denk dat dat getuigt van bedenkelijk inzicht. Lees de hoofdartikels, lees de zorgvuldigheid waarmee heel specifieke figuren worden behandeld … Nee, ethiek en collaterale zelfcensuur kunnen gewilde rookgordijnen en ook schadelijk zijn.

Op 21 mei 2012, zei Jerry Mager:

# André B., ik treed u bij, zeker, dat zal vast gebeuren, maar … er zijn gradaties. Een gazet is ook maar ‘een meneer’ en de redacteuren / moderatoren zijn mensen van vlees en bloed, met eigen voor- en afkeuren, sym- en antipathieën. Bovendien is een krant tevens een bedrijf dat inkomsten moet genereren (“de broek ophouden” heet dat tegenwoordig). Een dreigend proces wegens smaad zal afwegingen ten gevolge hebben: loont het de moeite, of is het sop de kool niet waard. Echter: het aan de orde stellen en ter discussie aanbieden van heikele thema’s op zich (zonder gratuit in de infotainment-fuik te zwemmen), vind ik vandaag de dag van moed en solide journalistieke waarden getuigen. Menige redacteur doet het bij bepaalde issues al bij voorbaat in z’n of haar broek.

Read Full Post »

What’s in a name?
Why companies should worry less about their reputations

The Economist (Schumpeter) Apr 21st 2012 | from the print edition

PEOPLE have been debating reputation since the beginning of history. The Bible says that a “good name is rather to be chosen than great riches, and loving favour rather than silver and gold.” Others have dismissed reputation as insubstantial—a “shadow” in Abraham Lincoln’s phrase, or an “uncertain flame” in James Lowell’s. Shakespeare provided material for both sides: Cassio described reputation as “the immortal part of myself”, while Iago dismissed it as “an idle and most false imposition: oft got without merit, and lost without deserving.”

Today’s management-theory industry has no time for such equivocation. For its acolytes, reputation—or at least the corporate kind—is a “strategic asset” that can be “leveraged” to gain “competitive advantage”, a “safety buffer” that can be called upon to protect you against “negative news”, and a stock of “organisational equity” that can be increased by “engaging with the stakeholder community”.
……………… …………. ……………… …….
How successful are reputation consultancies in rendering the intangible measurable and manageable? The Reputation Institute has produced some intriguing results. Americans and Britons are more impressed with “old-economy” firms than “new-economy” ones.
……………. …………………….
Nevertheless, there are three objections to the reputation-management industry. The first is that it conflates many different things—from the quality of a company’s products to its relationship with NGOs—into a single notion of “reputation”. It also seems to be divided between public-relations specialists (who want to put the best possible spin on the news) and corporate-social-responsibility types (who want the company to improve the world and be thanked for it).

Reputation as a by-product
The second objection is that the industry depends on a naive view of the power of reputation: that companies with positive reputations will find it easier to attract customers and survive crises. It is not hard to think of counter-examples. Tobacco companies make vast profits despite their awful reputations. Everybody bashes Ryanair for its dismal service and the Daily Mail for its mean-spirited journalism. But both firms are highly successful.
The biggest problem with the reputation industry, however, is its central conceit: that the way to deal with potential threats to your reputation is to work harder at managing your reputation. The opposite is more likely: the best strategy may be to think less about managing your reputation and concentrate more on producing the best products and services you can.
……………. ………….. ……………..
In his “Autobiography” John Stuart Mill argued that the best way to attain happiness is not to make happiness your “direct end”, but to fix your mind on something else. Happiness is the incidental by-product of pursuing some other worthy goal. The same can be said of reputation.

Comments by Jerry Mager

Jerry Mager April 22nd 2012

“ Au village, sans prétention, / J’ai mauvaise réputation. / … les brav’s gens n’aiment pas que / L’on suive une autre route qu’eux,” croons Georges Brassens.

But, in Shakespeare’s plays what always is at stake and in the very centre of actions and thoughts are the reputations of the women. In Othello it is Desdemona’s, in Hamlet it is Ophelia’s and Gertrude’s. The same with Lady Macbeth, the three Lear daughthers, Portia and Jessica and the many others.
Cassio and Iago and all the rest of the men are mere decoys which allow the Bard to manipulate the reputation of the lady in an indirect manner without giving offence and yet hightening the suspense. That is because such a reputation is far too delicate to deal with in a direct way. A true and genuine lady not even is for the yearning let alone for the turning. In Othello it is Desdemona who gains and loses reputation several times over in the most delicate and intricate ways. Mostly even subliminally to the spectator-reader-listener.

Economist: “Americans and Britons are more impressed with “old-economy” firms than “new-economy” ones.” The reason why most Americans are so impressed is because they are impressed with Britons in particular and with Europeans in general. Americans are impressed with what they believe stands for culture and tradition. Why else would wealthy Americans bother buying English and Scottish castles including the certificate which stipulates and guarantees that the family ghost should move along across the Atlantic and must keep up haunting and rattling chains in the USA? Such Americans are portrayed in a humorous way in ‘The Picture of Dorian Gray’ ; it is fun reading about snobs being snubbed by snobs who at the same time are being snubbed in their turn. How about this impossible one of Wilde’s: “America is the only country that went from barbarism to decadence without civilization in between.”
Economist: “…. that the industry depends on a naive view of the power of reputation: that companies with positive reputations will find it easier to attract customers and survive crises. It is not hard to think of counter-examples. Tobacco companies make vast profits despite their awful reputations. Everybody bashes Ryanair for its dismal service and the Daily Mail for its mean-spirited journalism. But both firms are highly successful.”
I think that awful reputations do not matter a single bit. The point here is that being a company one has to have a reputation, never mind whether it be an impeccable or a sordid one. Having a name, sporting a brand, means carrying a reputation. Willy-nilly.
As it happens to be the case with ladies, I could think of quite a few circumstances where I would very much prefer a lady with a racy reputation rather than doing business with ‘une carte blanche.’

There maybe more than three objections to the reputation-management industry but they all are easily subsumed under that same denominator: commodification. A reputation cannot be commodified and yet that is exactly what these slippery sleek customers try do and therefore they are not dealing with reputations at all. If you want to see real reputation-management watch ‘The Godfather.’
The best persiflage about this whole reputation-industry business that springs to my mind now is the movie ‘My name is Nobody’ where young Nobody (Terence Hill) is trying to make a name for himself by pseudo-emulating the reputation of the famous gunfighter Jack Beauregard (Henry Fonda) who is about to retire. Plenty of mirrors, glasses, guns and gimmicks in this picture. It even became a hit in ancientGreece where Homer is said to have fashioned Odysseus after this American spaghettiwestern-character and made him dupe the cyclop Polyphemus by tricking him with the name of Nobody. The Greeks, however, overdid and now are stuck with having to make themselves known time and again as Nobodies throughoutEurope and the rest of the world. Lately the Greek politicians hired a PRagency to ameliorate the country’s reputation in the hope of bringing down the borrowing rate on the bondmarkets but the rating agencies were not impressed. Nobody is.

Barry Mackenzie in reply to Jerry Mager / April 25th , 2012, 22:41

What????

Jerry Mager April 26th, 2012

@ Barry Mackenzie, I am very sorry but I can’t help you out here. Polyphemus asked WHO blinded him, not WHAT …

I suppose Homer here tries to build up Ulysses’s /Odysseus’s reputation by making him trick the rather dimwitted Polyphemus – not much of a match for the wily man of many turns. I am not certain about Homers intentions though and I suggest you send him an sms asking him to clarify?
After all the Greek do not prove themselves that cunning and clever considering the fact that they eventually were caught out having cooked their books in order to enter into the eurozone.
Theirs was a premeditated intention to deceive and dupe the rest of euro-members: a perfect classical Trojan Horse. Now the Greek are stuck with a lousy reputation and they suffer the consequences.

Their reputation is a lousy one in more than one respect. First they proved themselves untrustworthy, second they did a clumsy job with those books of theirs, third they hired some consultants from the House of Goldman Sachs to help them with their creative bookkeeping, which was a double dumb move I think. Actually Goldman Sachs first helped Greece to deceive the Euro countries whose politicians felt themselves obliged to bail out the swindler member country at huge costs and now feel themselves being held to ransom.
Though the icing of the Goldman Sachs cake to me is GS providing for the three technocrats (the three Master Consultants, i.e. the Magi: Monti, Draghi and Papademos) who now run the show. So Goldman Sachs creates her own cash cow, generates her own sources of income and establishes her sources of profit entirely by her own wits. With the help(?) of politicians – of course one will never be able to tell exactly who, when, why, how but beneath every official account, behind any conventional story, there usually is more than one narrative which is far more probable, sometimes even true.

The respective national politicians are completely marginalized and take their orders from Goldman Sachs via the Magi – I surmise. The main thing these politicians do is trying hard to keep up the appearance that they still have the initiative and govern us, quod non. Of course Goldman Sachs lets them play their roles, up to a point that is. But ultimately it always will be Goldman Sachs who calls the shots and we – the voters and citizens of the Eurozone countries – are allowed to live our phantasmagoria and think that we decide our own futures in the most sophisticated democratic way there is.
I wonder what Homer would say to all this. One of these days I might send him an email myself.


LINKS

http://www.analysebrassens.com/?page=texte&id=1&%23

http://tegenlicht.vpro.nl/nieuws/2012/februari/-Goldman-will-get-back-to-you–.html

http://www.presseurop.eu/nl/content/author/202341-marc-roche

http://www.presseurop.eu/fr/content/article/1175791-goldman-sachs-la-banque-qui-nous-veut-du-bien

http://www.youtube.com/watch?v=ns9CLZdXosM

http://www.wikileaks-forum.com/index.php?topic=3243.15

Read Full Post »

John Crombez in De Standaard,  maandag 20 februari 2012

Sinds de discussie rond sociale en fiscale fraude aan volume heeft gewonnen, duiken er geregeld elementen op die het debat vervuilen, vindt JOHN CROMBEZ. ‘Stigmatisering’ is er een van, ‘schikking’ ook. Dus vindt hij de tijd rijp om enkele punten op hier en daar een i te zetten.

Zwart is niet altijd zwart in de strijd tegen fraude, haalde professor emeritus Frans Vanistendael vrijdag in deze krant aan (DS 17 februari). Daar valt iets voor te zeggen. Het gaat hier om delicate en complexe materie, waar de grens tussen wat kan en niet kan soms flinterdun is. Dat voedt de onrust en de twijfel. Maar dat rechtvaardigt niet dat alles op één hoop gegooid wordt als het over fraude gaat. Dat rechtvaardigt niet dat fraudebestrijding al te makkelijk wordt gereduceerd tot ‘stigmatiseren van bepaalde groepen’. Ik heb het de voorbije weken enkele keren meegemaakt: je veroordeelt een bepaalde vorm van fraude en sommigen zien er meteen een veroordeling in van alle ondernemers. Het debat over fraude verdient veel meer dan een zwart-witdiscussie met veel te korte bochten.
( …………… ) ( …………….. )

REACTIES / zie De Standaard voor meer

Op 21 februari 2012 zei Jerry Mager:

Deze trits van drie Standaard-artikelen (Vanistendael 17-02 , Peeters 18-02  en Crombez 20-02) over (fiscale) wet- en regelgeving in het kader van sociale rechtvaardigheid en maatschappelijke ordening vindt frappant genoeg een ‘pendant’ in de Economist van 18-02 dat als thema heeft: de overregulering van Amerika. De paradox is dat overproductie van wetten en regels hetzelfde effect heeft als het ontbreken van iedere regel. In het eerste geval zien we door de bomen het bos niet en wanneer geen formele regels bestaan dan bevinden we ons in de woestijn. In beide situaties geldt: anything goes, homo homini lupus en is de burger de facto onbeschermd en vogelvrij aan struikrovers overgeleverd. In het Economist-artikel lees ik tussen de regels door dat de productie van wetten en regels in Amerika langzamerhand een doel op zich geworden is, met de intentie van een kleine groep parasieten om beter te worden ten koste van het algemeen belang.

Een parallel dringt zich op met de productie van financiële producten die met voorbedachte rade in elkaar worden gestoken om het publiek een rad voor ogen te draaien en geld te ontfutselen; legaal maar met volstrekt onoorbare bedoelingen. Bepaalde banken lijken zich inmiddels toe te leggen op de productie van malafide financiële instrumenten en bedriegelijke constructies om ons, de burger-consumenten, geld afhandig te maken. In de praktijk komt het neer op ordinaire plunder. Hetzelfde lijkt met wetgeving te gebeuren: een fabrieksmatige overproductie aan de lopende band van wetten die ten doel hebben de massa te desoriënteren en de wereldorde te ontwrichten. Wij worden met en door deze vreemde voortbrengselen en bizarre bedenksels letterlijk het bos in gestuurd of in het moeras geduwd. Tot overmaat van ramp zijn deze tendensen ook nogeens complementair.

Waar banken eerst een duidelijke maatschappelijke functie en taak hadden – het faciliteren van de economische processen ten faveure van ons allemaal – en het ontwerpen van wetten ons sociaal verkeer zou moeten stroomlijnen en versoepelen, zien we steeds vaker en brutaler een perverse misbruik van het financieel instrumentarium, door een groeiende groep lieden die zich almaar verder specialiseren in dit bedenkelijk metier. Voor de productie van wetten idem dito. Wanneer deze ontwikkelingen zich ongecontroleerd en ongeremd kunnen voortzetten, dan staan ons nog een heleboel onaangename gebeurtenissen te wachten en zal iedere ramp de vorige in omvang en ernst overtreffen. De meeste reageerders op deze site betrekken de ontwikkelingen zoals de drie auteurs ze hier voor meso- en macro-niveau schetsen, zeer begrijpelijk op hun directe en nabije situatie, maar vergelijkbare naargeestige tendensen zijn op giga-niveau mondiaal net zo hard eroderend werkzaam. /

 jerrymag.wordpress.com

Read Full Post »

A bitter row about executive pay is about something bigger
The Economist  –  Feb 11th 2012 | from the print edition

see the Economist website for the whole text

TWICE during the 1970s, a stroppy decade, leftish British politicians tried to turn the monarchy into a nationalised industry. There were plans to place Queen Elizabeth II and a few close relatives on state salaries and sack the rest of her family, and—a few years later—for a Department for Royal Affairs, bringing the crown under Whitehall’s management. Both attempts were resisted. Since then, royal aides have cannily worked to secure autonomy and arms-length financing from government. Just now, the mood behind palace walls must be giddy relief.
The queen has rarely been as popular as she is now, in her Diamond Jubilee year. The contrast with other arms of the establishment is striking, and revealing. For most people at the top of the public sector, this is a perilous time.
( ……………….. )  (  …………………  )
(more…)

Read Full Post »

Hatred of bankers is one of the world’s oldest and most dangerous prejudices
Abbreviated from the Economist – January 7th 2012 | from the print edition

HURLING brickbats at bankers is a popular pastime. The “Occupy Wall Street” movement and its various offshoots complain that a malign 1%, many of them bankers, are ripping off the virtuous 99%. Hollywood has vilified financiers in “Wall Street”, “Wall Street 2”, “Too Big to Fail” and “Margin Call”. Mountains of books make the same point without using Michael Douglas.

Anger is understandable. The financial crisis of 2007-08 has produced the deepest recession since the 1930s. Most of the financiers at the heart of it have got off scot-free. The biggest banks are bigger than ever. Bonuses are flowing once again. The old saw about bankers—that they believe in capitalism when it comes to pocketing the profits and socialism when it comes to paying for the losses—is too true for comfort.
But is the backlash in danger of going too far? Could fair criticism warp into ugly prejudice? And could ugly prejudice produce prosperity-destroying policies? A glance at history suggests that we should be nervous.
( …………….. )
For centuries the hatred of moneylending—of money begetting more money—went hand in hand with a hatred of rootlessness. Cosmopolitan moneylenders were harder to tax than immobile landowners, governments grumbled. In a diatribe against the Rothschilds, Heinrich Heine, a German poet, fumed that money “is more fluid than water and less steady than air.”
( ……………….. )
(more…)

Read Full Post »

Older Posts »